Mediarichtlijnen rond zelfdoding vanaf 2020 ook gebruikt voor influencers op sociale media

In 2020 zullen de bestaande mediarichtlijnen over zelfdoding geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd worden. Hierbij zullen het veranderde medialandschap, sociale media zoals Facebook, Instagram, YouTube en Twitter en de rol van influencers worden meegenomen. Dit liet kersvers mediaminister Dalle weten aan Vlaams parlementslid Vera Jans die hem hierover ondervroeg in de commissie Media van het Vlaams parlement.

Sinds 2004 bestaan er in Vlaanderen de mediarichtlijnen rond zelfdoding. Deze richtlijnen bestaan omdat de manier van verslaggeving of schrijven over dit onderwerp van invloed is op de kijkers en lezers. Ze houden in dat er geen details over de gebruikte methode worden vrijgegeven, dat het slachtoffer niet wordt geromantiseerd of verheerlijkt, dat er geen foto’s worden gepubliceerd, dat de complexiteit wordt erkend en dat altijd een hulpverlener aan het woord wordt gelaten of een noodnummer vermeld wordt.

Als de berichtgeving op een correcte manier gebeurt dan zetten kijkers en lezers sneller de stap naar hulp, wat zeer belangrijk is bij de preventie van zelfdoding. Bij gebrek of een foute toepassing van de mediarichtlijnen vergroot het gevaar op copycatgedrag.

De mediarichtlijnen worden over het algemeen goed opgevolgd door de klassieke media, mede dankzij blijvende aandacht en sensibilisering. Maar kranten en journaals hebben al lang niet meer het alleenrecht op nieuws. Steeds meer mensen informeren zich via sociale media zoals twitter en facebook. En zeer populaire mensen op die sociale media, de zogenaamde influencers, hebben volgersaantallen die vergelijkbaar en soms zelfs hoger zijn dan het aantal lezers van kranten of kijkcijfers bij journaals of duidingsprogramma’s zoals Ter Zake. Ze hebben dus een bijzonder groot potentieel bereik.

Vlaanderen kampt met bijzonder hoge zelfdodingscijfers. Berichtgeving over suïcide, het posten van afscheidsbrieven, reacties op suïcides of suïcidepogingen, … Het wordt op sociale media soms op een bijzonder rauwe ongefilterde manier weergegeven. En erg belangrijk: er ontbreekt info over waar men terecht kan. En dit houdt gevaren in voor wie al kwetsbaar is.

Vera Jans: “Ons medialandschap is in volle evolutie. De manier waarop aan nieuwsgaring wordt gedaan, in het bijzonder bij jongeren, is veranderd. Mensen zoeken en vinden nieuws op sociale media. Mensen volgen bepaalde influencers, groepen en organisaties op Instagram, Facebook, YouTube en Twitter en dit zowel Vlaamse als meer internationaal. Het nieuws dat via deze kanalen binnenkomt wordt weinig gefilterd en geduid. Deze influencers hebben vaak net zoveel invloed als bepaalde klassieke media, hun bereik is vergelijkbaar. Het lijkt me dus niet onlogisch om na te denken hoe we ervoor zorgen dat ook zij weten wat de gevolgen kunnen zijn van hun posts, dat ze weten dat het van invloed is hoe zij spreken over zelfdoding.

"Ik ben dan ook blij van minister Dalle te vernemen dat hij deze thematiek niet uit de weg gaat, de rol van de sociale media bij de evaluatie van de mediarichtlijnen zal onderzoeken en mee wil nadenken hoe we de influencers goed kunnen adviseren en sensibiliseren zodat ook zij beseffen dat het een wereld van verschil maakt hoe je spreekt en post over zelfmoord”, besluit Vera Jans.