Meer dan 10.400 kinderen en jongeren met handicap vinden zorg


Dit persbericht werd gepubliceerd in Het Belang Van Limburg.

Kinderen en jongeren met een handicap kunnen terecht in een zogenaamd multifunctioneel centrum voor personen met een handicap of kunnen een persoonlijk-assistentiebudget aanvragen. In 2021 werden iets meer dan 10.400 kinderen en jongeren ondersteund in zo een centrum. Hiervoor werd maar liefst € 430 miljoen voorzien. Voor bepaalde doelgroepen blijft het wel meer dan een jaar wachten alvorens een plaats te krijgen. Vooral kinderen en jongeren met meerdere stoornissen hebben het moeilijk. Daarnaast kregen ook 1.522 minderjarigen een persoonlijk-assistentiebudget om hun ondersteuning zelf te organiseren. Dat blijkt uit de cijfers die cd&v-welzijnsexperte Vera Jans opvroeg bij minister van Welzijn Hilde Crevits. “Ondanks het goede werk en de vele investeringen blijven uitdagingen op ons pad komen. Het blijft nog té moeilijk voor bepaalde kinderen en jongeren. In een droomscenario moet niemand wachten en vindt iedereen een plek, het is daarvoor dat ik me inzet,” zegt Vera Jans.


Moeilijk plaats voor bepaalde doelgroepen


Kinderen en jongeren met een handicap kunnen tot ze 21 jaar worden terecht in een multifunctioneel centrum voor personen met een handicap. Zo een ‘multifunctioneel centrum’ biedt: begeleiding aan ouders, opvang ter vervanging van school, opvang na school, en verblijf. De plaatsen in deze centra zijn beperkt. In 2021 stonden in totaal 2.611 minderjarigen op de wachtlijst voor ondersteuning. Het overgrote deel ervan heeft een mentale beperking (2.559), slechts 399 kinderen op de wachtlijst hebben een fysieke beperking. Anderen hebben zowel een mentale als fysieke beperking. De grootste groep (26,92%) wachtenden zijn kinderen tussen 12 en 14 jaar. Ook 15- tot 17-jarigen (23,6%) en kinderen van 9 tot 11 jaar (21,3%) zijn een grote groep. 6 op 10 kinderen wachten meer dan jaar op een plaats in een multifunctioneel centrum.


Het grootste probleem stelt zich voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking, een gedrags- en emotionele stoornis of autisme. Zij hebben vaker binnen het jaar een plaats om in een centrum te verblijven of om er naar de dagopvang te gaan. Maar omdat ze met zo veel zijn, blijven er op het einde van het jaar meer op de wachtlijst staan. Anders is het voor kinderen met een lichamelijke beperking. In de loop van een jaar kunnen er ongeveer evenveel instromen, als er aan het eind van dat jaar op de wachtlijst staan. Kinderen en jongeren met meerdere stoornissen vinden het moeilijkst een plaats in een centrum voor personen met een handicap.


“Vlaanderen investeert elk jaar miljarden in hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking. Het is ook altijd op zoek gaan naar nieuwe en betere vormen. Ondanks de gestegen budgetten en het goede werk blijven er uitdagingen op ons pad komen. In een droomscenario moet niemand wachten en vindt iedereen een plek, het is daarvoor dat ik me inzet,” zegt Vlaams parlementslid Vera Jans.


Jaarlijks 430 miljoen euro


In 2021 werden in 85 centra in totaal 10.484 kinderen en jongeren ondersteund. Dit kan tot en met 21 jaar, maar uitzonderlijk kan de leeftijd verlengd worden tot 25 jaar. Hiervan waren 68% jongens en 23% meisjes. De Vlaamse overheid voorziet voor de verschillende multifunctionele centra maar liefst 437.656.217 euro. Dat is 30 miljoen euro meer dan een jaar voordien.


Budget voor zorg op maat


Kinderen en jongeren hebben ook de mogelijkheid om ondersteuning helemaal op maat te organiseren via een persoonlijk-assistentiebudget. Daarvoor stonden in 2021 1.579 kinderen en jongeren op een wachtlijst. De grootste groep (362) is tussen 9 en 11 jaar. ‘Het is momenteel niet geweten hoe lang het gemiddeld duurt voordat ze een budget krijgen. Daar moet verandering in komen, want het is belangrijk te weten of er vooruitgang wordt geboekt,’ vindt Vera Jans.


In 2021 hadden 1.522 kinderen en jongeren met een beperking dergelijk budget. De grootste groep is tussen 12 en 17 jaar. Het budget kan worden ingezet voor een assistent die helpt bij dagdagelijkse taken zoals wassen, aankleden en eten. Ook voor hulp bij verplaatsingen en bij daguitstappen of begeleiding om bijvoorbeeld zelfredzamer te worden vallen onder het persoonlijke-assistentiebudget.


“Iedereen met een handicap is uniek en elk hebben ze andere zorgen nodig. De mogelijkheid om je ondersteuning op maat te kunnen organiseren vind ik buitengewoon positief. Ouders kunnen, samen met hun kind, bekijken waar ze precies hulp nodig hebben en op maat van de handicap, het gezin, en datgene wat voor het kind met een handicap belangrijk is, de zorg organiseren,” aldus Vera Jans.